Welbeschouwd is wat een schilder dagelijks doet, niets anders dan het in goede banen leiden van ’t statige duel tussen gedachtengang en kleurenspel, daar, waar hemelsblauw het grijs van William Payne ontmoet.

(Georges Daemen, Overpeinzingen van een schilder, 2016)

BIJ HET SCHILDEREN.
In het Adagietto van zijn Vijfde Symfonie haalt Gustav Mahler m
et zacht tintelende harpklanken, lage en trage strijkers en met eindeloos bedwelmende muziek telkens opnieuw mijn emotionele huishouding overhoop…
Met het wondermooie Andante uit zijn Tweede Pianoconcerto maakt Dmitri Sjostakovitsj een klankschilderij waarin ruimte, tijd en zwaartekracht wel opgeheven lijken…
En als ik het Adagio hoor uit het Strijkkwintet van Franz Schubert, verzoen ik mij weer onvoorwaardelijk met dit bestaan…

Bij het schilderen vertrek ik soms van een bepaald muziekstuk en probeer ik noten om te zetten in beeld. Vaker echter laat ik mij door muziek in de juiste stemming brengen en doet mijn verbeelding de rest.